IN GESPREK MET DE LANDOUW
FRANK VAN DEN BERG

Om consumenten te kunnen voorzien van een rijk assortiment aan groenten, zijn de groenteproducenten gestart met hun teeltplannen. Zo ook Frank van den Berg van De Landouw. Hij is in 2019 begonnen met het telen van groenten in De Glind, een dorp in de gemeente Barneveld. Wij spraken hem over zijn plannen, ontwikkelingen en samenwerking voor de wekelijkse permanente levering.

Over Frank

Al tijdens zijn opleiding aan de HAS in ’s-Hertogenbosch kwam Frank in aanraking met de zoektocht van agrarische bedrijven naar nieuwe inkomstenbronnen. Een van deze ontwikkelingen is het bieden van zorg. Zo kwam hij terecht bij Boerderij ’t Paradijs, waar hij 8 jaar ervaring heeft opgedaan in de kleinschalige groenteteelt. Toen de Rudolphstichting in De Glind opnieuw grond in pacht uitgaf om hun plan voor duurzame ontwikkeling invulling te geven, kreeg Frank de kans om zijn eigen biologische groenteteeltbedrijf te starten. Op 10 ha. grond begon hij De Landouw; een mooie balans tussen grootschalige (ca. 200 ha.) en kleinschalige (ca. 1-2 ha.) groenteteelt. Hiermee kan Frank voldoende inkomen genereren én heeft hij de mogelijkheid om persoonlijk contact te houden met klanten en inwoners. Iets waar hij graag in investeert.

DE BODEM LEREN KENNEN

Frank werkt op dit moment aan het beter leren kennen van zijn grond en aan de ontwikkeling van het landschap en biodiversiteit. De gronden van de Landouw hebben verschillende historie in hoe er met de bodem is omgegaan. De conditie van de bodem moet nog verbeteren. Bij een gezonde bodem heb je minder last van ziekten en plagen. Dat heeft tijd nodig. Frank: “Ik laat bodemmonsters nemen en analyseren. Dan kan ik gericht werken aan de kwaliteit van de bodem. Voor de opname van voedingsstoffen door planten is de juiste verhouding van mineralen van belang. Ik neem dan maatregelen om die balans te herstellen. Is de grond te zuur, dan kun je bijvoorbeeld kalk toevoegen.”

Niet elke m2 grond is even goed te bebouwen. Frank vervolgt: “Anders dan in de polder zijn er lagere en hogere delen. De lagere delen blijven in het voorjaar langer nat en er zijn vaak natte plekken in de zomer”. Hij heeft wel gemerkt, dat de veerkracht van zandgronden minder is dan bijvoorbeeld op klei. En de uien, kolen en aardappelen van zandgrond zijn minder lang te bewaren dan die van kleigrond.

Daarom teelt hij voornamelijk blad (sla en andijvie), peul- en vruchtgewassen (bonen, courgettes en pompoenen) en minder uien, kolen en aardappelen.

BIODIVERSITEIT

De percelen in De Glind hebben veel houtwallen, hagen en bosjes. “Deze natuurlijke biodiversiteit is belangrijk. Het biedt bescherming tegen schadelijke insecten, omdat vogels insecten eten. Dat heb je in de polder minder,” vertelt hij. “Ik ben nu bezig met het snoeien van de hagen. Een mooie winterklus. Het kost tijd, maar het is belangrijk om niet te veel plagen te krijgen. Daarom onderhoud ik ze goed.”

Verder werkt hij aan meer biodiversiteit door wisselteelten, niet te grote oppervlakten van één soort groente en inzaaien van bloemenranden.

Ook het weer heeft grote invloed op de opbrengst. Dit merkte Frank in zijn eerste jaar. Een groenteteler moet veel voor-investeren, bijvoorbeeld in zaden en pootgoed, loon, pacht en machines. Door een hagelbui in oktober was hij in één keer een groot deel van zijn oogst kwijt. Dit betekende dat hij het jaar daarop weinig kon investeren. Dus koos hij om slechts 0,75 ha. te bebouwen en te werken aan de relatie met zijn afnemers.

SAMENWERKING MET EERLIJK ETEN UIT DE STREEK

Na het groeiseizoen (november – februari) gaat Frank aan de slag met zijn teeltplannen. Hij analyseert zijn verkopen en bekijkt de groei van de groenten. Welke rassen deden het goed? En waar was te veel of te weinig van? Hij voert gesprekken met potentiële nieuwe klanten en afnemers, waaronder Eerlijk Eten uit de Streek. Hiermee bouwt hij aan een vaste relatie met zijn afnemers. Dan kan hij zijn teelt beter afstemmen op de vraag. Met deze informatie maakt Frank een plan wanneer hij welke hoeveelheden en welke soorten en rassen gaat telen. En wanneer en waar hij welke gewassen gaat zaaien of poten. Een groot gedeelte van het zaai- en plantgoed is al besteld. Als de kou uit de grond is, kan direct worden gestart met kweken.

In januari heeft Frank al met de Stichting gesproken over de permanente wekelijkse levering, zodat hij daar in zijn teeltplannen rekening mee kan houden.

BEN JE GEINSPIREERD?

Wat denk je na het lezen van dit interview? Spreekt lokale voedselproductie en eten uit de korte keten jou aan? Krijg je zin om mee te bouwen aan een nieuw voedselsysteem in jouw buurt? Denk mee in de ontwikkeling. Steek actief je handen uit de mouwen. Meld je aan voor de volgende 40dagen challange. Of blijf op de hoogte van de ontwikkelingen en schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Een ieders inzet is van harte welkom!

IK MELD ME AAN

ONZE PRODUCENTEN